Wereldalfabetiseringsdag

Op het moment dat ik zie dat het morgen wereldalfabetiseringsdag is, weet ik dat ik daar iets over wil (of beter: vanuit mijn tenen MOET) schrijven.
Maar waar wil ik beginnen?

Ik kan iets vertellen over mijn inburgeringsklas: Een handvol volwassenen uit een andere cultuur en een ander land, die (in dit geval) niet of nauwelijks naar school zijn geweest. Ze moeten de Nederlandse taal leren, maar de eerste twee lessen waren we (lees:IK) voornamelijk bezig met het inloggen op de laptop. Ik had het zweet op de rug staan, want ik had toch niet bedacht dat niet (goed) kunnen lezen ook betekent dat ‘even inloggen’ niet aan de orde is.
Ik besefte op het moment dat ik oksels hoorde klotsen dat het hier dus al begint. Niks “We gaan starten als de laptop aanstaat”, die laptop was al horde 1. Voor mij op dat moment, voor deze groep cursisten dagelijks.

Ik zou iets kunnen vertellen over twee van mijn kinderen voor wie lezen en schrijven vreselijk veel moeite en energie kost. Ik kan jullie vertellen wat dat met ze doet:
Mijn jongste die op school niet eens een werkboekje kreeg om in te werken, maar in plaats daarvan iedere dag opnieuw een kleurplaat of een stuk klei. “Omdat ik anders het boekje verpest.”
Ik kan ook iets vertellen over één van mijn andere dochters die meer dan eens op sociale media te horen krijgt dat ze dom is, omdat ze spelfouten maakt en letters omdraait. Ze trekt zich er inmiddels niets meer van aan, maar ik als moeder wel.

Ik kan gelukkig ook vertellen hoe graag ze ondanks dat lezen. Zij hebben het geluk van het opgroeien in een gezin waar boeken zijn in alle soorten en maten, voor alle niveaus en waar nog steeds iedere avond wordt voorgelezen.
Dat dat niet overal zo is, ben ik me volledig bewust.

Wat betekent het in onze samenleving als je écht laaggeletterd bent? Hoe zou het voelen als je als ouder een brief van de school van je kind krijgt en je hebt geen idee wat er staat? Ga je naar de desbetreffende juf om om hulp te vragen, of verstop je je in je huis in de hoop dat je niets belangrijks hebt gemist?
Hoe red je je als je ergens naartoe moet en je kunt de namen van straten en dorpen niet ontcijferen? Wat doe je met de brief van de belastingdienst of de oproep van het ziekenhuis voor een jaarlijkse controle?

Precies. De laaggeletterde verstopt zich, gaat achteraan staan. De wereld is heel klein als je niet (goed) kunt lezen.
Hij of zij voelt zich als mijn dochter achterin de klas met de zoveelste bonk klei.

“Wij doen niet mee, want we kunnen het niet.”

Heb ik de oplossing? Nee, niet direct.
Maar ik heb wel een tip: houd je ogen en oren open en bedenk dat er mensen zijn bij wie het lezen niet vanzelfsprekend is.
Roep niet dat een laaggeletterde dom is, zet ze niet buitenspel maar bied je hulp aan.

Ineens weet ik wat ik wil zeggen met al deze woorden waarvan ik voelde dat ik ze moest schrijven: Heb gewoon een beetje geduld met elkaar op deze bol die wereld heet en help elkaar een beetje.

Best heel simpel eigenlijk toch?

Eén reactie

Plaats een reactie