Ik zie mezelf daar nog staan, met mijn blote voeten op een steiger van donker hout. Een enorm Zweeds meer strekte zich voor mij uit, de zon scheen op het water en achter ons hoorde ik de vogels in het bos fluiten alsof hun leven ervan afhing.
Ik was een jaar of 11, we hadden een heerlijke vakantie gehad en het beeld voor mijn neus maakte het af.
Ik kan me herinneren dat ik heel hard begon te huilen. Op de vraag van mijn moeder wat er ineens aan de hand was, heb ik iets geantwoord als: “Ik vind het jammer dat de vakantie voorbij is.”
Dat was ook zo, maar mijn antwoord dekte de lading totaal niet. Wat er écht aan de hand was, was dat dit beeld voor mijn ogen zó prachtig was en me zo diep raakte, dat ik met mijn gevoelens geen raad wist. Ik kon als elfjarige op dat moment niets anders verzinnen dan huilen.
Ik wilde dit beeld voor altijd vasthouden, meenemen, opslaan om nooit meer los te laten. Ik voelde me verdrietig dat ik mijn vriendinnen thuis nooit uit zou kunnen leggen hoe mooi het hier was. Ik voelde diep medelijden met iedereen die dit nog nooit had gezien.
Ik wilde delen, maar had geen idee hóe.
Dus huilde ik en sloeg het beeld op in mijn hoofd.
In de jaren daarna ontdekte ik woorden. Ik schreef boekwerken vol vakantie-ervaringen en al kon ik niet altijd precies de juiste woorden vinden, het hielp mij om de beelden in mijn hoofd op te slaan. Nog wat later kon ik foto’s toevoegen aan mijn woorden. Eindelijk kon ik het gevoel van toen, ‘wat verdrietig dat niet iedereen dit kan zien’, omzetten in iets positiefs.
Ik had een manier gevonden om te delen.
Vanmorgen stond ik met mijn blote voeten op een prachtig strand. Rechts zag ik de enorme rotsen die donker en groot tegen de horizon afstaken. Voor me schitterde de zomerzon op het water, een klein bootje danste op de golven. Links van me strekte het strand zich uit met hier en daar een pluimpje duingras. Een zeemeeuw scheerde over mijn hoofd en in de verte klonk een zeehondje. Ik was zó blij hier weer te zijn dat er een traan verscheen.
“Wat is er mama?”, klonk het stemmetje naast me. Ik keek naar haar bezorgde gezichtje.
“ Geen zorgen meisje. Ik ben zo blij dat ik hier ben. Ik voel me hier thuis. En ik heb er eindelijk woorden voor!”

Mooi… rond!
LikeGeliked door 1 persoon