Andere mensen die het strand verlaten:
Ze kloppen de handdoeken uit en vouwen ze met de hoekjes strak tegen elkaar op. De strakke pakketjes verdwijnen in een speciale tas waarvan de rits ook na inpakken nog steeds sluit.
De parasol gaat in het daarvoor bestemde hoesje, nadat hij netjes is uitgeklopt en met een speciaal vegertje zandvrij gemaakt.
Kleding, bewaard in een afgesloten tas, is nog schoon en kan gewoon worden aangetrokken over de inmiddels droge badkleding.
Eten zit in bakjes en zakjes in de koelbox.
Deze mensen verlaten het strand met hooguit twee tasjes per persoon en zien er zelf fris en stralend uit na een heerlijke dag strand.
Wij die het strand verlaten:
We kloppen de natte vieze handdoeken uit in de wetenschap dat dat totaal geen zin heeft, omdat aan zeiknatte handdoeken nou eenmaal alles blijft plakken. En dan bedoel ik niet alleen zand, maar ook restjes chips en kruimels van de zojuist genuttigde stokbroden.
Lucia roept dat we tijdens het uitkloppen haar stenenverzameling terug het strand op hebben geslingerd. Oeps!
We frommelen de handdoeken op tot kleine natte bundeltjes die precies onder onze arm passen.
De parasol had ooit een hoesje. We hebben geen idee waar dat gebleven is, we vinden het al heel wat dat we aan een parasol hebben gedacht en dat die nog steeds compleet is, dus één van ons propt de parasol onder een vrije arm.
We zoeken allemaal onze kleding in een straal van 3 meter rond de plek waar we lagen, zowel boven als onder het zand. We trekken het aan over onze natte badkleding of gaan in badkleding naar huis en verzamelen onze kleren ergens tussen de handdoeken en de parasol.
De ene keer dat ik me probeerde om te kleden op het strand was niet zo’n succes. Andere vrouwen kunnen dat onopvallend en subtiel, ik dacht dat ook te kunnen. Laten we het erop houden dat ik dat niet echt in me heb.
De fles cola is omgevallen in de koeltas en de helft van de komkommer en een paar chipjes ligt daarin te weken. Het dekseltje van het komkommerbakje ligt een eindje verderop.
Lucia vraagt zich af of geweekte chips lekker is, dat blijkt niet het geval.
We proppen alles in de koeltas met het idee: ‘Dat zien we bij de camping wel weer.’
Zeiknat, met onze handen vol ondefinieerbaar nat spul lopen we naar de auto en proppen onze spullen in de achterbak.
Marcel vraagt naar de autosleutels en gelukkig weet ik die feilloos te vinden, want daar heb ik een speciaal vakje voor. Het zou namelijk echt iets voor ons zijn die te verliezen op het strand.
Ik voel me heel stoer dat ik hem zonder zoeken de sleutel en zijn portemonnee kan overhandigen.
Gestructureerd zullen we helaas nooit worden.
Gelukkig kunnen we daar zelf meestal hard om lachen.
