Zelfredzaam

Als je werkt met mensen die inburgeren en in de zogenaamde zelfredzaamheidsgroep zijn geplaatst, moet je van alle markten thuis zijn.
Iets wat ik niet had bedacht voordat ik als docent startte in deze groep, is dat zelfredzaamheid veel meer is dan het kunnen doen van een boodschap en weten hoe je de weg vraagt.
Zelfredzaamheid is ook het maken van een afspraak bij een tandarts of verloskundige, het lezen van een brief van de gemeente en het regelen van zaken rondom je gezin, je huis of je werk.

In het afgelopen jaar heb ik verschillende brieven gelezen en uitgelegd, sommige moest ik zelf 3 keer lezen voordat ik begreep wat er wat van mijn cursist gevraagd werd. Hoe bestaat het dat er nog steeds zulke ingewikkelde brieven worden geschreven?
Ik heb een verzekeringsmaatschappij gebeld om te informeren naar de vergoeding voor een complete gebitsrenovatie, ik heb een afspraak gemaakt voor een bloedonderzoek, ik heb een psychiater gebeld om te vragen naar de wachttijd en ik had een leuk gesprek met een verloskundige.
En dat altijd samen met mijn cursisten. Ik herhaal, leg uit en help, maar het gesprek doen ze zoveel mogelijk zelf.

Een paar dagen geleden had ik op deze manier een gesprek met Odido.
‘Odido niet goed, geen WiFi’, meldde mijn cursist.
Hij had zelf geprobeerd te bellen, maar haakte af bij het ingesproken bandje waar hij werd gevraagd 1 te kiezen als hij problemen had met het één of 2 bij het ander. Daarbij moest hij ook zijn postcode intoetsen zodat hij sneller geholpen kon worden.
Dat was teveel van het goede.
‘Alsjeblieft docent, help?’

Dus bellen we samen Odido en worden we in de wacht gezet met het welbekende tenenkrommende wachtmuziekje.
Eindelijk aan de beurt vertel ik de medewerkster aan de andere kant van de lijn dat ik samen bel met één van mijn cursisten en dat ik hem help met het gesprek. Na een aantal standaard vragen hoor ik mijn cursist luid en duidelijk zijn naam spellen en zijn adres noemen. Ik glim van trots, dit hebben we geoefend tot we het konden dromen, maar dat heeft dus ook zijn vruchten afgeworpen. Check ✅
Het valt me stiekem een beetje tegen dat de dame aan de lijn niet applaudisseert en op zijn minst net zo trots is als ik.
Ik verwacht trompetgeschal en slingers, maar de volgende vraag wordt al gesteld:
‘In welke ruimtes in huis heeft u slechte WiFi meneer?’
Ik verduidelijk de vraag en mijn cursist antwoordt: ‘Alles slecht.’
‘Dat kan niet’, zegt de Odidomevrouw iets te stellig.
Ik controleer of hij de vraag goed heeft begrepen, maar hij blijft bij zijn antwoord. Er is in zijn huis geen plek te vinden waar de WiFi voldoende is om te internetten of bellen.
‘Op het adres waar meneer woont moet de WiFi goed zijn. Ik denk dat meneer een te goed geïsoleerd huis heeft. Misschien kan hij straks even proberen of het wel goed gaat als hij naar buiten gaat. Verder kan ik niet veel voor u doen. Fijne dag en tot ziens.’

Met een mond vol tanden sta ik nog naar de telefoon te kijken. Hoe vertel ik deze cursist dat het bedrijf dat hij betaalt voor zijn WiFi zegt dat hij maar buiten moet gaan bellen, omdat er blijkbaar zoiets bestaat als te goed geïsoleerde huizen?
Hoe leg ik uit dat ‘Fijne dag en tot ziens’ soms hetzelfde betekent als ‘Los het zelf maar op’?
Ik probeer het hem uit te leggen en beloof hem dat we volgende week gewoon nog een keer gaan bellen.

Dit probleem gaan we samen oplossen.
Al weet ik nog niet hoe.
Misschien heb ik daarvoor ook eerst een lesje zelfredzaamheid nodig.

Plaats een reactie