Tokkietaal


Ik kreeg laatst een appje van een heel leuk mens. Ze was in een discussie beland met haar, overigens ook erg leuke, pubers over het woordje me.
“Mijn pubers zeggen dat je ‘me zusje’ kunt zeggen, maar dat is niet zo toch?”
Ik kon haar direct, zonder enige vorm van twijfel, vertellen dat ze deze discussie glansrijk zou gaan winnen. Triomf en victorie aan alle kanten! 🏆
“Het is mijn zusje!”
“Gelukkig, want ik vond het al klinken als Tokkietaal, maar ik heb dus gewoon gelijk!” luidde haar blije antwoord.

Het verbaast me hoeveel jongeren het woord me gebruiken in plaats van mijn (m’n).
“Gisteren lekker met me bestie naar de stad geweest.”
Me moeder is me beste vriendin.”


Tenenkrommend vind ik het.
Zo heel moeilijk is het niet, toch?

Vorige week vroeg één van mijn cursisten, afkomstig uit Syrië en dus hard aan het werk om de Nederlandse taal onder de knie te krijgen: “Mevrouw betekent hetzelfde als mijn vrouw toch?”
Ook hij dacht blijkbaar dat me en mijn prima door elkaar gebruikt konden worden, maar wat wil je ook als je de taal aan het leren bent en je krijgt steeds het verkeerde voorbeeld?

“Nee, dat is niet hetzelfde,” legde ik uit.
“Als jij met mij praat en mijn man staat ernaast, dan vindt hij jou netjes en aardig als je mij ‘mevrouw’ noemt.”
De cursist knikte.
“Maar als jij, waar hij bij is, ‘MIJN vrouw’ tegen mij zegt, doet hij dit.”
Ik geef hem een denkbeeldig stomp op zijn neus.
“En dan zegt mijn man: “Nee hoor, MIJN vrouw” en ik wijs op mezelf.

Mijn cursist begrijpt het meteen en moet hard lachen. Vervolgens legt hij het in het Arabisch uit aan een medecursist, met gebaren en al.
“Ik begrijp het. Dank u wel MEvrouw!”

Het probleem zal niet direct opgelost zijn, maar ik heb een idee voor de oplossing voor mijn kromme tenen.
Als je me en mijn door elkaar haalt, stomp ik gewoon op je neus.
Ik weet nu dat dat helpt! 😉

Plaats een reactie