Slappe lach

” Zullen we even wachten tot jullie zijn uitgelachen?” hoor ik mezelf zeggen tegen de meiden achterin de klas die vandaag voor de zoveelste keer in de slappe lach zijn uitgebarsten.
Ik schrik.
Nee, dit zei ik toch niet echt?

Dat verschrikkelijke zinnetje, het zinnetje wat ik vroeger met vriendin Carla zo vaak hoorde.
Het zinnetje waarmee je maar één ding bereikt, namelijk dat het ophouden met lachen écht niet meer lukt.

We hadden vaak, zo niet: bijna altijd, de slappe lach. Dansjes van mijn vader, docenten die iets raars zeiden ( en laten we eerlijk zijn: dat doen docenten altijd ), een iets te serieus gezicht of een klasgenoot die een misstap maakte. Haar brommer die niet startte, de tekkel zonder tanden.
Er was altijd íets om de slappe lach van te krijgen.

De keer dat we samen iets mochten voorlezen in de kerk op kerstavond vreesden onze ouders dat we voorin de kerk de boel zouden verpesten met, jawel, een niet te houden giebelbui.
Ik weet niet meer of dat uitgekomen is, ik weet wel dat ik daarna zelden meer de kerk van binnen heb gezien.

Samen hebben we veel lessen opgehouden, veel docenten kromme tenen bezorgd en vooral: heel veel gelachen!

En nu zie ik het hier voor mijn neus gebeuren.
Karma noemen ze dat.
De één zegt iets, de ander lacht. De eerste lacht mee en voor ik het weet schatert nummer 3 het ook uit.
Tranen over de wangen, een beslagen bril, handen voor de mond. Ze kunnen écht niet meer stoppen.
De jongens eromheen grinniken een beetje onhandig mee en kijken elkaar aan. Wat moeten ze hier nu weer mee?
De meisjes zelf zijn niet te stoppen.
Waarom ze lachen? Ze hebben al geen idee meer, maar wat doet het ertoe?

Het is weer rustig, ik kan door met de les.
Ik stel een vraag en zie een stel vingers omhoog gaan. Een meisje achterin de klas zwaait met haar armen als teken dat ze het antwoord weet.

“Ik zie een paar vingers, heel goed. F. weet jij het antwoord ook, of probeer je een helikopter te laten landen?”

Het is even stil. Héél even.
In die twee seconden besef ik mijn fout.
Een grote fout!! Maak nooit een dom docentengrapje in een klas met giebelende meiden.

Een gierende uithaal volgt en daar gaan ze weer.
Ik voel me bijna net zo hulpeloos als de jongens, maar er is één verschil: ik weet hoe heerlijk het kan zijn om zo te lachen en weet ook dat het minder wordt als je volwassen wordt.
En eigenlijk is dat zó enorm jammer, dus ik laat ze nog maar even giebelen.

Daar gaat weer een kwartier, maar ach.
Lachen is zó gezond!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s