Moe -der

Mijn moeder vertelt af en toe het verhaal van de huisarts die langskwam toen ze aan het bevallen was van mij, haar eerste kind.
“Ik ben zo moe,” had mijn moeder gezegd.
“Straks ben je moe – dér,” was het antwoord van de huisarts.

Inmiddels ben ik zélf moeder. En moe. Moe – dér. Vier vreselijk lieve, bewerkelijke, niet- standaard meiden mogen mij mama noemen. En doen dat ook. De hele dag als het aan hen ligt.

“Mama, waar is mijn jas?”
“Mahaaam, ik heb maar één schoen!”
“Maaaaaaaam, wil je helpen met mijn huiswerk?”
“Maaaaaaaamaaaaaa.”

Marcel en ik zijn beiden niet bepaald gezegend met een pakketje structuur. Onze kinderen nóg veel minder. We lopen met zijn allen daardoor soms wel eens wat achter de feiten aan, hoe erg ik mijn best ook doe. Ik vraag me regelmatig af hoe het komt dat andere kinderen wél de kapstok weten te vinden en ik die van mij dagelijks even opnieuw voor moet stellen.

“Sanna, dit is kapstok.”
“Kapstok, dit is Sanna, jullie zullen elkaar hopelijk de komende tijd vaker zien!”

Datzelfde geldt voor wasmand, vaatwasser, aanrecht, vuilnisbak en fietsenschuur. Attributen in dit huis die volledig ongebruikt en onzichtbaar staan te wezen. En geloof me: ik probeer het.
Iedere dag bij thuiskomst uit school draai ik het riedeltje af: “Broodtrommel en beker op het aanrecht, jas en tas aan de kapstok, schoenen bij de deur.”
Maar oh wee als ik er niet ben…

Afgelopen donderdag kwam ik uit mijn werk. Half zes, lange dag gehad, hoofd nog vol, je kent het wel. Marcel werkte thuis en de meiden waren vanaf drie uur óók thuis en hadden zich, met Marcel op de achtergrond, dus even moeten vermaken. Nou, dát was gelukt!

Ik struikelde in de tuin over kleding van eigen kinderen, buurkinderen, zwembanden en duikbrillen. ‘Kleding op het bankje,’ hoorde ik mezelf denken. Blijkbaar was het zinnetje niet in de juiste hoofden blijven hangen. Nadat ik de horde natte kleding had genomen slalomde ik om schooltassen, bekers, broodtrommels en huiswerk richting voordeur. Om deze vervolgens niet open te kunnen krijgen vanwege een verdwaalde schoen die op miraculeuze wijze ónder de deur was beland.
“Hai mama,” zei een kind in natte bikini op de bank ( ‘ Eerst even opdrogen voordat je naar binnen loopt’ is vast ook verdwaald ) op het moment dat ik uitgleed over een plasje water op de vloer en bijna in de rondslingerende Playmobil belandde.
“Kijk je uit met mijn eenhoorn, daar ben ik héél zuinig op hoor!”

Mama, moeder, MOE-der ontplofte.
In een paar enorme armzwaaien griste ik álles van de grond wat er die ochtend nog niét had gelegen en kieperde het in de tuin op een grote hoop. Vervolgens appte ik mijn eigen moeder of ze een kop koffie voor me had en deelde ik de kinderen mee dat ik terug zou komen als ik normaal het huis binnen kon komen.
Oftewel: opruimen. Nu!

Terwijl ik bij mijn moeder aan de koffie zat te mopperen en begreep dat dit van álle tijden is, kwam het appje van Sanna binnen.
“Mama, we moeten toch opruimen? Maar er is helemaal geen rommel, het huis is netjes, ik zie alleen een grote berg rommel in de tuin.”
En even later: “We hebben opgeruimd en Jenneke heeft pannenkoeken gebakken, kom je?”

Echt, lieverds zijn het. Allevier. En draken, spoken, rommelkonten en smeerpoetsen zijn het ook! Structuur zal altijd wel een aandachtspunt blijven, ik blijf daarvoor knokken totdat ze het huis uit zijn.
En als dat moment komt ga ik bij ze op bezoek, gooi ik mijn jas op de grond en ga met mijn vieze zwarte voeten op de schone bank liggen roepen ik of we nu éindelijk eens gaan eten.

Ik kan niet wachten!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s